Arbobeleid

Dit draag jij er als preventiemedewerker aan bij

Als preventiemedewerker heb je de taak om bij te dragen aan een goed arbobeleid binnen de organisatie waar je werkt. Dit beleid heeft tot doel te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving. Veel organisaties hechten hier uit zichzelf belang aan, omdat zij willen dat hun werknemers optimaal kunnen presteren. Maar er bestaan er op dit gebied uiteraard ook wettelijke verplichtingen.

Werk mee aan belangrijke doelen
De Arbowet verplicht iedere werkgever een zo goed mogelijk arbobeleid te voeren en zich hierbij te laten ondersteunen door minstens één preventiemedewerker. Jij draagt met je preventiewerkzaamheden bij aan diverse doelen van zo’n arbobeleid:

  • zorgen dat jij en je collega’s veilig en gezond kunnen werken;
  • ziekte en gezondheidsschade door het werk voorkomen;
  • zorgen dat werknemers met plezier aan het werk blijven.

Goed beleid voorkomt kosten

De werkgever is niet alleen verantwoordelijk voor een goed arbobeleid. Hij is ook aansprakelijk als het beleid onvoldoende is en werknemers daardoor schade lijden. Een werknemer kan in zo’n geval zijn werkgever een schadevergoeding eisen. Dit financiële risico komt nog bovenop de boetes die de Inspectie SZW kan opleggen en de verantwoordelijkheid van de werkgever voor loondoorbetaling en vervanging bij ziekte. Om financiële problemen te helpen voorkomen, moet je:

  • een goed arbobeleid opstellen;
  • dit beleid ook goed en volledig uitvoeren.

De wettelijke eisen aan het arbobeleid zijn bedoeld om schade te voorkomen. Preventie is de basis van het arbobeleid. Als preventiemedewerker speel je dus een centrale rol bij dit beleid. Als werknemer breng je daarbij vooral belangrijke praktijkkennis in, en zorg je voor laagdrempelig contact met de werkvloer. Jouw bijdrage kan het verschil maken!

Zorg dat je in elk geval deze taken uitvoert
Om inderdaad een waardevolle bijdrage te leveren, moet je als preventiemedewerker in ieder geval de volgende taken uitvoeren:

  • de risico’s die werknemers lopen inventariseren en evalueren in een RI&E en plan van aanpak;
  • op basis van je kennis van de werkvloer adviseren over het beperken van risico’s;
  • maatregelen helpen uitvoeren;
  • samenwerken met en/of adviseren aan de OR of PVT (als die in je organisatie aanwezig is).

Je taken als preventiemedewerker beginnen bij de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Je weet immers pas hoe je de arbeidsomstandigheden kunt verbeteren, als je weet welke risico’s jij en je collega’s lopen. Daarom verplicht de Arbowet alle werkgevers om een RI&E uit te (laten) voeren.

Zorg eerst voor overzicht
De RI&E opstellen is één van de belangrijkste taken van je werk als preventiemedewerker. De risico-inventarisatie is bedoeld om een goed overzicht te krijgen van alle risico’s waar werknemers in je organisatie aan worden blootgesteld. Door al die risico’s daarna te evalueren, krijg je inzicht in hoe groot ze zijn. Als je dat weet, kun je prioriteiten stellen. Je stelt dan vast welke risico’s je het eerste aanpakt.

Evalueer risico’s met twee vragen
Hoe kun je bepalen hoe groot of ernstig een risico is? Dan doe je door bij ieder risico dat je bekijkt twee vragen te stellen:

  • Hoe groot is de kans dat het misgaat?
  • Als het misgaat, hoe ernstig zijn dan de gevolgen?

Neem vervolgens gerichte maatregelen
Inzicht in de risico’s op de werkvloer is belangrijk. Maar het doel is natuurlijk dat je de risico’s die jij en je collega’s lopen zoveel mogelijk beperkt. Daarom stel je op basis van de RI&E een plan van aanpak op. Hierin staan de concrete maatregelen die je wilt nemen om ieder risico terug te dringen. Bovendien geef je aan wanneer je iedere maatregel wilt uitvoeren: dit is wettelijk verplicht.

Werk samen met anderen
Juist bij het opstellen en uitvoeren van de RI&E is het van belang om goed samen te werken met anderen binnen je organisatie. Zo benut je alle kennis die beschikbaar is. Bovendien creëer je draagvlak: wie heeft erover mogen meepraten, hecht meer waarde aan de inhoud van de RI&E en het plan van aanpak.

De Arbowet schrijft voor dat de werkgever zich bij zijn arbobeleid moet laten bijstaan door deskundige werknemers. Eén van die werknemers ben jij: de preventiemedewerker. Daarnaast moet iedere werkgever één of meer bedrijfshulpverleners (BHV’ers) aanwijzen.

Preventiewerk: ga proactief aan de slag
Iedere werkgever moet ten minste één preventiemedewerker aanstellen. In bedrijven met maximaal 25 werknemers mag de werkgever ook zelf de preventiemedewerker zijn. Als preventiemedewerker werk je proactief. Het is jouw taak om ongelukken te voorkomen en gezondheidsrisico’s te beperken. Dat doe je onder andere door:

  • de RI&E uit te voeren;
  • de RI&E actueel te houden;
  • het plan van aanpak uit te voeren;
  • samen te werken met en te adviseren aan de OR of PVT;
  • collega’s te informeren en voor te lichten.

BHV: help reactief schade voorkomen
De werkgever is ook wettelijk verplicht om bedrijfshulpverlening (BHV) te organiseren. Daarvoor moet hij bedrijfshulpverleners aanstellen. Je collega’s met BHV-taken werken reactief. Zij komen in actie als er toch iets misgaat. Ze proberen de situatie zo snel mogelijk op te lossen en de schade te beperken, onder meer door:

  • eerste hulp te verlenen;
  • het bedrijfspand te ontruimen;
  • beginnende branden te blussen;
  • de professionele hulpdiensten in te schakelen.

In de Arbowet staan de uitgangspunten voor het arbobeleid genoemd. Het is belangrijk én handig om die bij je preventiewerk steeds in het achterhoofd te houden. Zo heb je altijd een stevig houvast.

Laat werknemers veilig en gezond werken
Je moet zorgen dat het werk en de werkomstandigheden de veiligheid en gezondheid van werknemers niet in gevaar brengen. De Arbowet schrijft voor dat je daarvoor maatregelen moet nemen die ‘redelijkerwijs’ gevergd kunnen worden. Je hoeft bijvoorbeeld geen maatregelen te treffen die het werk onmogelijk maken.

Dit betekent redelijkerwijs
Iedereen begrijpt wel dat de aard van politiewerk met zich meebrengt dat politiemensen soms in onveilige situaties belanden. Of dat een asbestverwijderaar zijn werk niet kan doen zonder in de buurt te komen van de gevaarlijke stof asbest. Die risico’s kun je ‘redelijkerwijs’ dus niet wegnemen. Je kunt ze wel zoveel mogelijk beperken. Maar redelijkerwijs betekent bijvoorbeeld ook dat je organisatie de kosten van een maatregel moet kunnen dragen.

Inventariseer en evalueer
Iedere werkgever moet de risico’s in zijn organisatie in kaart brengen en zoveel mogelijk wegnemen of beperken. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitvoeren en het plan van aanpak opstellen is een belangrijk onderdeel van jouw preventiewerk.

Neem risico’s bij de bron weg
Om risico’s zo klein mogelijk te houden, kijk je eerst of je ze bij de bron kunt aanpakken. Is dat niet mogelijk, dan neem je collectieve of individuele maatregelen. Gaat dat ook niet? Dan mag je persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken om de risico’s te beperken. Deze methode heet de arbeidshygiënische strategie.

Stapsgewijs naar de juiste maatregel(en)
Hoe stel je vast welk soort maatregel je moet nemen? Dat doe je door de vier stappen van de arbeidshygiënische strategie te volgen. Neem bijvoorbeeld werknemers in een drukkerij die worden blootgesteld aan schadelijk geluid. Je kijkt dan achtereenvolgens naar de volgende stappen:

  • Bronmaatregel: kun je het geluid wegnemen door een geluidsarme drukpers te plaatsen?
  • Collectieve maatregel: kun je werknemers afschermen van het geluid, bijvoorbeeld door de drukpers te voorzien van een geluidswerende kap?
  • Individuele maatregel: kun je de blootstelling aan geluid verminderen, door werknemers minder lang met de drukpers te laten werken (taakroulatie)?
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen: bieden alle voorgaande stappen geen passende en redelijke maatregelen? Zorg dan voor goede gehoorbescherming.

Let ook op andere verplichtingen
Naast de hierboven genoemde uitgangspunten heeft de werkgever nog andere wettelijke verplichtingen. Als preventiemedewerker werk je mee aan de uitvoering van de volgende plichten:

  • Aanpassing van de werkplek, werkmethoden, arbeidsmiddelen en werkinhoud, als dat nodig is om het werk zo veilig en gezond mogelijk te maken.
  • Het voeren van specifiek beleid om werkdruk, seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en discriminatie te voorkomen of beheersen. 
  • Ervoor zorgen dat werknemers zelf kunnen ontkomen aan ernstig of acuut gevaar.
  • Werknemers voorlichten over veilig en gezond werken.
  • Het zoveel mogelijk voorkomen van kortcyclisch werk.
  • De inrichting van een goede BHV-organisatie.